Las Palmas als centrum voor de beeldcultuur. De beeldcultuur wordt gevormd door het onderbrengen van het film- en fotomuseum en het multimedia lab. Ieder instituut zal een eigen plek binnen het gebouw krijgen, waarbij de begane grond dient voor het etaleren van de drie instituten door een gezamenlijke expositie ruimte. De daarboven gelegen verdiepingen worden naar instituut verdeeld. Om deze instituten in het gebouw te kunnen vestigen zullen er een aantal ingrepen verricht moeten worden. Het uitgangspunt bij het ontwerp is de bestaande heldere opbouw van het gebouw te behouden en voor zichzelf te laten spreken. Aan de buitenzijde kenmerkt de opbouw van Las Palmas zich door een orthogonale beton structuur, met op beide koppen van het gebouw het trappenhuis dat als accent boven het gevelvlak uitsteekt. De binnenkant wordt bepaald door de betonnen kolommen structuur. Er is voor een fijnzinnige ontwerpmethode gekozen die de bestaande structuur respecteert en de beeldcultuur niet overschaduwt. Een aantal markante maar toch sober vormgeven elementen zullen de organisatie van het centrum bepalen. Die juist aan hun soberheid hun kracht ontlenen. Licht en ruimte spelen een voorname rol in het ontwerp van de toe te voegen elementen of te maken sneden. Het lichtspel als vervreemding door zeer geringe en sobere middelen. Eén van deze elementen vormt de entree die overgaat in een hoge lichtschacht. Als een parel valt het licht op de betonnen vloer. De gemaakte sneden voor de verticale verbinding zijn zo gepositioneerd dat het licht je begeleidt langs de verschillende beeldculturen. Deze ingetogen houding door het toevoegen van sobere elementen is bewust gekozen om de sprekende beeldcultuur des te meer te kunnen etaleren en de kolommenstructuur van het gebouw te benadrukken. Het versterkt elkaar en brengt een nieuwe eenheid tot stand.


