Landschap
Vanaf 1968 is de wildernis in de polder eerst getolereerd, daarna gestimuleerd. Binnen afzienbare tijd zal het natuurgebied in oppervlakte verdubbelen als het Oostvaarderswold ontstaat, het polderstramien bepaalt daarbij de contouren van de nieuwe wildernis.
In het Oostvaardersveld zijn de sporen van polder nog aanwezig. De poldervakken, de verkaveling en de sloten vormen de ruimtelijke onderlegger voor een dynamische landschap. Een landschap waar de rationaliteit van de polder een dynamische invulling heeft gekregen. De ligging van het Oostvaardersveld aan de Knardijk versterkt de polderervaring.
De introductie van het NAC biedt kans om de ontmoeting tussen polder en wildernis te optimaliseren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de aanwezige kenmerken en kwaliteiten, kernbegrippen zijn de paren polder-wildernis en cultuur-natuur. Cultuurlijk entreegebied, natuurlijke kern.
Het NAC is volgens de richting van de polderassen gesitueerd, en is vastgezet aan de hartlijn van het polderstramien in het Oostvaardersveld. Een entreegebied tussen NAC en Knardijk functioneert zowel als uitnodiging als intermediair tussen strakke en dominante Knardijk en de grootschalige natuur van het Oostvaardersveld.
Het entreegebied wordt vormgegeven door de eerste ontginningsas van de polder als uitgangspunt te nemen. Volgens een lineaire opbouw aan weerszijden van de ontginningsas is een zeer 'cultuurlijk' entreegebied geconstrueerd. De parkeervoorziening en de route naar het NAC vinden hierin een logische plaats.
Het terrein van het entreegebied wordt ontgonnen: de muggenrijke moerassituatie wordt hier vervangen door een kleiveld. Het entreegebied kan hierdoor gebruikt worden voor diverse activiteiten als (natuur)evenementen of informele speelweide.
Het wilgenbos vormt het ruimtelijke kader van zowel het entreegebied als het NAC en combineert natuurlijke en cultuurlijke eigenschappen. Het bestaande bos wordt aangevuld met schietwilg, Salix alba, aanvankelijk kleine staken dicht op elkaar, later gedund, als monumentale rand van de polder en imposant decor voor het NAC.
Architectuur
Het onverharde toegangspad vanaf de parkeerplaats doorkruist het lineaire landschap en leidt de bezoeker naar het natuuractiviteitencentrum. Om de kenmerkende lineaire gelaagdheid van het landschap ook ervaarbaar te maken vanuit het gebouw is het gebouw lineair van opzet.
De bezoeker betreedt het centrum via de korte zijde van het gebouw waardoor de lengte as meteen in het vizier ligt. Door het centrum evenwijdig aan het Oostvaardersveld te positioneren wordt er vanuit het gebouw een panoramisch zicht geboden op deze karakteristieke open ruimte.
Het gebouw heeft twee verdiepingen. Hierdoor kunnen de programma onderdelen, die vanwege hun specialisme om een meer private positie vragen op de eerste verdieping gepositioneerd worden, terwijl de visuele relatie tussen de verdiepingen door een tweetal vides blijft bestaan. De dagrecreant kan door de visuele relatie verleidt worden zich te verdiepen in specialismen als vogelkunde.
Informatie over het natuurgebied Oostvaardersveld en de Oostvaardersplassen wordt via een meanderende route langs diverse kabinetten verkregen. De route is het transformatieproces en neemt de bezoeker vanaf de ingang langzaam mee op weg naar het landschap. Het startpunt voor een wandeling door het gebied is aan het einde van de route. Deze ligt aan de lange zijde van het gebouw. Hier heeft de bezoeker meteen zicht op het Oostvaardersveld.
De draagconstructie van het gebouw bestaat uit spanten van inlands eiken uit de productiebossen van Staatsbosbeheer. De spanten vormen het stramien voor de kabinetten. De wanden tussen de spanten worden ingezet als 'informatievitrines'. De bouwmethode van houten spanten en vloeren zorgt voor een grote mate van prefabricage. Hierdoor kan tijdens de bouw het landschap zo veel mogelijk onaangeroerd blijven.
De energievoorziening zal in hoge mate bestaan uit duurzame energie bronnen; zonnepanelen in combinatie met houtkachels die hout stoken dat wederom afkomstig is uit bossen van Staatbosbeheer.
De verlichting van het gebouw zal overwegend bestaan uit nieuwe duurzame armaturen voorzien van LED-lichtbronnen. Het regenwater dat op het vegetatiedak opgevangen wordt, zal gebruikt worden voor een grijs watersysteem.


